Para ijshockey Amsterdam
Para-ijshockey hoort thuis binnen de ijshockeyvereniging. Sterker nog: juist daar ligt de kracht. Samen trainen, samen wedstrijden spelen, dezelfde clubkleuren dragen en onderdeel zijn van één vereniging. Dat zorgt voor verbinding, herkenning en vooral voor het gevoel dat je er gewoon bij hoort.
Maar om para-ijshockey binnen een vereniging écht goed te laten functioneren, is wel een specifieke aanpak en extra aandacht nodig. Niet omdat para-spelers minder kunnen. Integendeel. De sport vraagt ontzettend veel inzet, techniek, conditie en doorzettingsvermogen. Het verschil zit vooral in wat er rondom de training en wedstrijd nodig is.
Op papier lijkt een training om 13.00 uur misschien heel redelijk. Voor een para-speler kan de voorbereiding echter al uren eerder beginnen. Er moet soms extra tijd worden ingeruimd voor het opstaan, aankleden, persoonlijke verzorging en het organiseren van hulpmiddelen. Sommige spelers zijn afhankelijk van aanvullende zorg of begeleiding. Anderen zijn aangewezen op aangepast vervoer of speciaal geregeld transport.
Waar een reguliere speler misschien een uur voor de training uit bed kan rollen en vervolgens richting ijsbaan vertrekt, kan voor een para-speler de voorbereiding al vroeg in de ochtend beginnen. En dan moet de speler nog op tijd bij de ijsbaan zijn, het materiaal klaarmaken, in de slee komen en zich fysiek voorbereiden op het ijs.
Een training van één uur kan daardoor een veel groter deel van de dag beslaan.
Dat is iets waar bij het plannen van trainingen en wedstrijden rekening mee moet worden gehouden.
Ook vervoer verdient extra aandacht.
Niet iedere speler kan zelfstandig naar de ijsbaan komen. Sommigen zijn afhankelijk van aangepast vervoer, familie, begeleiders of een zorgorganisatie. Dat betekent dat een wijziging van een trainingstijd of wedstrijd niet altijd eenvoudig kan worden opgelost.
Een training die een half uur wordt vervroegd, klinkt organisatorisch misschien als een kleine wijziging. Voor een speler die afhankelijk is van vooraf geregeld vervoer of zorg, kan dat echter betekenen dat deelname ineens helemaal niet meer mogelijk is.
Daarom is voorspelbaarheid ontzettend belangrijk.
Een goede planning die ruim van tevoren bekend is, geeft spelers de mogelijkheid om vervoer, zorg, werk, school en andere verplichtingen goed te organiseren.
De voorbereiding stopt bovendien niet bij de entree van de ijsbaan. Een para-speler heeft vaak meer tijd nodig om het materiaal gebruiksklaar te maken. De slee moet worden opgebouwd of gecontroleerd, de juiste positie moet worden ingesteld en spelers moeten veilig in en uit hun materiaal kunnen komen.
Ook na de training of wedstrijd kost het tijd om alles weer netjes af te bouwen en op te bergen. Dat betekent dat een ijsblok van bijvoorbeeld 60 minuten in de praktijk een veel langere aanwezigheid rond het ijs vraagt. Daarom is het belangrijk dat een vereniging niet alleen kijkt naar de tijd op het ijs, maar naar het volledige proces eromheen.
Soms ontstaat het idee dat extra aandacht voor para-ijshockey betekent dat spelers worden voorgetrokken. Dat is niet de bedoeling. Het gaat niet om meer rechten, maar om het wegnemen van praktische drempels waardoor iemand anders niet kan deelnemen.
Een training om 13.00 uur kan voor de ene speler prima zijn en voor de andere speler een enorme organisatorische uitdaging. Een iets ruimere opbouwtijd, een vaste planning of hulp bij het materiaal kan dan het verschil maken tussen wel of niet kunnen sporten. Dat is geen voorkeursbehandeling. Dat is ervoor zorgen dat iedereen daadwerkelijk kan meedoen.
Daarnaast is continuïteit belangrijk. Para-spelers bouwen niet alleen aan hun conditie en techniek, maar ook aan hun zelfstandigheid, vertrouwen en veiligheid op het ijs. Daarvoor is een stabiele trainingsstructuur nodig.
Een vereniging die begrijpt wat para-ijshockey nodig heeft, zorgt daarom voor duidelijke afspraken over onder andere:
Het zijn misschien allemaal kleine dingen. Samen maken ze echter een enorm verschil.
Daarom is de steun van de reguliere ijshockeyvereniging zo belangrijk. Een para-team kan enorm enthousiast zijn, hard trainen en prachtige prestaties leveren. Maar zonder een vereniging die erachter staat, wordt het ontzettend moeilijk om de sport structureel te organiseren.
De vereniging zorgt voor de basis: ijs, accommodatie, planning, vrijwilligers, kennis, organisatie en vooral een plek waar iedereen onderdeel kan zijn van hetzelfde geheel. En juist dat laatste is misschien wel het belangrijkste.
Para-ijshockey moet geen eilandje binnen een vereniging zijn.
Het moet onderdeel zijn van de club, met dezelfde trots, dezelfde betrokkenheid en hetzelfde gevoel van saamhorigheid. Tegelijkertijd moet de vereniging begrijpen dat het organiseren van para-ijshockey soms nét wat meer maatwerk vraagt. Dat is geen last. Het is een investering in een vereniging waarin iedereen mee kan doen.
De mooiste situatie ontstaat wanneer regulier ijshockey en para-ijshockey elkaar steeds beter weten te vinden. Wanneer spelers elkaar kennen, teams elkaar aanmoedigen en vrijwilligers voor beide groepen klaarstaan. Wanneer er niet wordt gekeken naar wat iemand niet kan, maar naar wat iemand wel kan en graag wil bereiken. Want uiteindelijk zitten we allemaal met hetzelfde doel op het ijs: beter worden, plezier maken, wedstrijden spelen en genieten van ijshockey.
Para-ijshockey vraagt daarbij soms om een extra stapje van de vereniging. Maar die extra stap zorgt ervoor dat spelers überhaupt de kans krijgen om hun eerste stap op het ijs te zetten. En als je ziet wat er vervolgens kan ontstaan, is die extra aandacht het meer dan waard.
Een sterke vereniging maakt ruimte voor verschillen.Een sterke para-afdeling maakt de vereniging sterker.En samen zorgen ze ervoor dat iedereen mee kan doen.